FATAH-HAMAS

de Mekka-overeenkomst een doorbraak?

Hasan Abu Nimah

De Mekka-overeenkomst van 8 februari jl. tussen PNA-president Abu Mazen (Mahmoed Abbas) en HAMAS-leider Khaled Meshaal is een belangrijke ontwikkeling, die het politieke landschap in de regio in positieve zin zou kunnen wijzigen.

Gezien de diepgang van de bestaande meningsverschillen en eerdere mislukkingen - inclusief het topoverleg in Damascus tussen Meshal en Abu Mazen - was er alle reden voor pessimisme. Oplopende spanningen en bloedige botsingen thuis, impliceerde dat beide partijen reeds 'rode lijnen' hadden overschreden, die zij plechtig beloofd hadden nimmer te zullen overschrijden. In de loop van de afgelopen weken zijn als gevolg van intern geweld ruim 100 Palestjnen omgekomen.

Degenen die de Palestijnen berispten vanwege het feit dat zij geweld tegen elkaar hebben gebruikt, moeten over het hoofd gezien hebben dat externe krachten het kamp van Abu Mazen van wapens en financiële steun hebben voorzien, ter voorbereiding van een groot treffen dat erop gericht was om HAMAS te verslaan en uit de regering te werken - iets waarin noch de Westerse boycot, noch de door FATAH georganiseerde stakingen en protesten de daaraan voorafgaande tien maanden waren geslaagd.

Saoedi-Arabië die bekend staat om zijn stille diplomatie en behoedzaam opereren, moet het juiste moment gekozen hebben om de beide partijen voor overleg in Mekka uit te nodigen. Velen hebben - terecht naar het schijnt - voorspeld dat een dergelijke stap niet gezet zou zijn zonder een verbintenis om tot overeenstemming te komen. De leiders van zowel HAMAS als FATAH lieten hun aanwezigheid dan ook voorafgaan door herhaalde bevestigingen dat mislukking dit keer geen optie was en dat zij vast voornemens waren hun overleg met een akkoord af te ronden. Zij waren het eens om het met elkaar eens te worden. Echter, de overeenkomst die eruit is gerold, lijkt de conflicterende programma's van de beide partijen niet met elkaar verzoend te hebben.

Een regering van nationale eenheid, samengesteld uit HAMAS, FATAH en andere Palestijnse facties, mag als symbool goed ogen, maar zal moeilijk kunnen functioneren bij het afwezig zijn van werkelijke eenheid, op basis van een consistent politiek plan om zich te weer te stellen tegen Israels niet-aflatende kolonisatie.

Abu Mazen had verlangd dat HAMAS een politiek zou omarmen die spoort met de zijne en met die van het Kwartet [Verenigde Staten, Russische Federatie, Europese Unie en het Kantoor van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties; red.]: Erkenning van Israel, het afzweren van geweld en het onderschrijven van eerdere overeenkomsten tussen de PLO en Israel. Daarmee zou een eind kunnen komen aan de Amerikaans/Israelisch/Europese boycot. In de achterliggende maanden had hij voortdurend gedreigd met het wegsturen van de HAMAS-regering en de vorming van een regering bestaande uit technocraten, met een oproep voor een referendum om zo de regering te kunnen omzeilen, en met het uitschrijven van vervroegde verkiezingen. Hij bleek evenwel niet over de kracht te beschikken om de daad bij het woord te voegen. De eerste botsingen in wat zou kunnen uitdraaien op een burgeroorlog, hebben bovendien aangetoond, dat succes bij een bloedige machtsgreep met buitenlandse steun geenszins gegarandeerd was.

Tot verrassing was de Mekka-overeenkomst eerder op de voorwaarden van HAMAS, dan op die van Abu Mazen gebaseerd. HAMAS stemde er uitsluitend mee in om de eerder afgesloten overeenkomsten 'te respecteren', doch er zich niet expliciet gebonden aan te achten. Tijdens het mislukte overleg in Damascus had Abu Mazen exact dezelfde bewoordingen verworpen.

In de Mekka-overeenkomst wordt niet gesproken over erkenning van Israel door HAMAS. Om daarover niet de minste twijfel te laten bestaan, verklaarden hoge HAMAS-functionarissen nadien, dat de nieuwe regering onder leiding van HAMAS Israel evenmin zal erkennen.

Het Kwartet heeft herhaald dat elke toekomstige Palestijnse regering aan zijn eerdergenoemde drie voorwaarden moet voldoen. Maar het was eenvoudiger voor al diegenen, die de boycot tegen de Palestijnen steunden om de wreedheid, evenals de absurditeit ervan te rechtvaardigen, in een situatie waarbij zij Abu Mazen aan hun zijde vonden, tegen de wettig gekozen HAMAS-regering. Abu Mazen, op zijn beurt, schrijft het lijden van de mensen toe aan de onverzoenlijkheid van HAMAS en haar weigering om zich neer te leggen bij de wil van 'de internationale gemeenschap'. Zodra een regering van nationale eenheid ingezworen is, zal in deze situatie verandering gekomen zijn, en zullen alle Palestijnen slachtoffer van de boycot zijn, als deze wordt doorgezet (hetgeen waarschijnlijk lijkt).

De aanvaarding door Abu Mazen van de voorwaarden van HAMAS is een indicatie voor de nederlaag van hemzelf en van zijn FATAH. Nadat zij op 25 januari 2006 de algemene verkiezingen hadden verloren, kwamen zij ineens opdraven met de claim dat de enige werkelijke vertegenwoordiger van het Palestijnse volk de zieltogende PLO was en dat besluiten van laatstgenoemde groter geldingskracht hadden dan die van de PNA. Abu Mazen en diens talrijke adviseurs begonnen te opereren als een parallel-regering. In plaats van zich achter de democratisch gekozen regering te scharen, spande Abu Mazen samen met buitenlandse krachten, die op de val van de HAMAS-regering uit waren, door geld van hen te accepteren en de rol van 'de goede Palestijn' te spelen.

Wellicht realiseerde Abu Mazen zich niet, dat hij slechts een werktuig in hun handen was, om HAMAS - en daarmee alle Palestijnen - te dwarsbomen. Tenslotte is het niet zo geweest, dat de Palestijnen iets substantieels is geboden, toen hij de enige leider was en FATAH het nog geheel voor het zeggen had.

Van de vier punten van de MEKKA-overeenkomst is hervorming van de PLO belangrijk. Elke wezenlijke hervorming zal FATAH beroven van haar suprematie binnen de instituties van deze archaïsche organisatie. Want een tot de PLO toegetreden HAMAS, zal over een proportionele vertegenwoordiging gaan beschikken, die op zijn minst gelijk is aan die van FATAH. Ook dit is winst voor HAMAS.

Abu Mazen zit inmiddels in een lastig parket. Hij is niet in staat gebleken om zijn dreigementen waar te maken en heeft nu in essentie ingestemd met deelname aan een regering, die hij eerder geprobeerd heeft ten val te brengen. Zelfs al zou hij de wijsheid hebben om tot een werkelijk vergelijk met HAMAS te komen, dan bestaat er nog geen zekerheid dat de huidige pogingen om te komen tot de vorming van een regering van nationale eenheid niet op grote obstakels zullen stuiten. Veel van de betrokken partijen hebben er belang bij om de Mekka-overeenkomst te saboteren, onder wie de buitenlandse ondersteuners van Abu Mazen en elementen binnen FATAH.

Hoe het zij, de Mekka-overeenkomst zou op zijn minst het einde moeten markeren van de inspanningen om terug te keren naar de situatie van vóór de verkiezingsoverwinning van HAMAS. HAMAS heeft inmiddels bewezen een blijvende kracht op het politieke toneel te zijn en zal zich niet op een zijspoor laten rangeren. Ondanks de ongekende boycot tegen een volk dat onder bezetting leeft, hebben de Palestijnen getoond, dat zij zich niet de wet willen laten voorschrijven door degenen die hun belangen willen schaden.

Degenen die werkelijk uit zijn op vrede tussen joodse Israeli's en Palestijnen, zouden op zijn minst moeten erkennen, dat de Palestijnen het recht hebben hun eigen vertegenwoordigers te kiezen en hun zaak te presenteren op basis van hun rechten en belangen.


uit: The Jordan Times van 14 februari 2007

Hasan Abu Nimah is een voormalige Jordaanse ambassadeur (onder meer in enkele Europese landen en bij de Verenigde Naties) en mede-oprichter van de weblog Electronic Intifada.

vertaling: Rudi Cornelissen


Verschenen in Soemoed, jaargang 35, nummer 1 (januari - februari 2007), pp. 4-6